Familierecht advocaat en mediation Den Haag
Familierecht Advocaat. Familierecht Advocaten. Echtscheiding, Mediation, (Wijziging) Kin-deralimentatie of Partneralimentatie, Pensioenrechten, Afstamming en Gezag, Ouderschaps-plan, Omgang? Telefoon 070-3141900. Neemt u contact op met mr. Christine Schouten of mr. Walter Römeling.
Scheidingsbemiddeling (Mediation)
Scheiden via een VFAS-advocaat-mediator is goedkoper en sneller dan wanneer de rechter moet beslissen over de gevolgen van echtscheiding. Partijen proberen dan met elkaar in een aantal gesprekken tot overeenstemming te komen over alles wat er voor de scheiding geregeld moet worden. Zoals over de kinderen, de alimentatie, de verdeling van de spullen, de schul-den en het pensioen. De scheidings-mediator begeleidt partijen daarbij en houdt als neutrale derde de belangen van beide partijen in het oog. Als de mediation tot overeenstemming leidt, worden de afspraken vastgelegd in een (echt)scheidingsconvenant. Vervolgens wordt het convenant met een verzoekschrift ingediend bij de rechtbank. De uitspraak van de rechter volgt dan vrij snel. Partijen hoeven dan niet naar de rechtbank.
(Echt)scheidingsprocedure / beëindiging geregistreerd partnerschap
In het geval het niet mogelijk of niet wenselijk is via mediation tot overeenstemming te komen over de (echt)scheiding, schakelen partijen allebei een eigen advocaat in. U en uw advocaat bespreken dan met elkaar wat voor u de gewenste situatie na de scheiding is. Uw advocaat kan met de advocaat van uw echtgenoot/partner contact opnemen om te kijken of er tot overeenstemming kan worden gekomen. Wordt er geen overeenstemming bereikt, dan kan uw advocaat of die van uw echtgenoot/partner een verzoek tot (echt)scheiding, al dan niet met nevenverzoeken, indienen bij de rechtbank. Dan wordt de rechter gevraagd een beslissing te nemen.
De andere partij wordt altijd in de gelegenheid gesteld een verweerschrift en eventueel een eigen zelfstandig verzoek in te dienen.
De zaak wordt vervolgens ter zitting behandeld. Bij eenvoudige echtscheidingen volgt dan een uitspraak (beschikking) van de rechtbank. In minder eenvoudige zaken kan de rechter een verdere behandeling gelasten.
Een echtscheidingsprocedure behelst vaak meer dan de echtscheiding alleen.
Nevenverzoeken zijn verzoeken die betrekking hebben op de partner- en kinderalimentatie; de verdeling en/of verrekening van de gemeenschap; het gezag over, de omgang met, en de in-formatie over de kinderen; en andere verzoeken die voldoende samenhang hebben met de echtscheiding.
Sinds 1 maart 2009 kunnen ouders die een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan niet meer buiten de rechter om scheiden, indien binnen het geregistreerd partnerschap beiden het gezag hebben over hun minderjarige kinderen.
Voorlopige voorziening
Een echtscheidingsprocedure kan veel tijd in beslag nemen. Soms is het nodig dat er op korte termijn een aantal zaken wordt geregeld. Zoals wie blijft er voorlopig in de echtelijke woning wonen, bij welke ouder verblijven de kinderen, hoe is de omgangsregeling met de andere ou-der en hoe moet het financieel?
Als de echtgenoten er samen niet uitkomen, kan door de advocaat van één van tweeën een verzoekschrift voorlopige voorzieningen worden ingediend bij de rechtbank. De voorlopige voorzieningen procedure verloopt redelijk vlot. Binnen drie weken na indiening van het ver-zoekschrift volgt een zitting en ongeveer een week later volgt de uitspraak van de rechter. De voorlopige voorzieningen blijven van kracht totdat er over de betreffende onderdelen in de echtscheidingsprocedure definitief is beslist. Hoger beroep tegen de beschikking voorlopige voorzieningen is niet mogelijk. Wel kan, indien zich wijzigingen voordoen, verzocht worden om wijziging van de voorlopige voorzieningen.
Gezag, omgang, informatie- en consultatieplicht
Gezag, omgang (verdeling van zorg- en opvoedingstaken), informatie en consultatie komen niet alleen voor in echtscheidingprocedures, maar in alle situaties waarbij minderjarige kin-deren betrokken zijn. Voor elke samenlevingsvorm die wordt beëindigd, kan het nodig zijn het gezag over, de omgang met, en/of de informatie en consultatie over de minderjarige kin-deren te regelen.
In beginsel verandert het gezag niet bij echtscheiding. De ouders behouden na echtscheiding het gezamenlijk gezag, tenzij de rechter in het belang van het kind bepaalt dat het gezag aan één ouder toekomt. Het verzoek daartoe kan door de ouders of door één van hen worden ge-daan.
Het omgangsrecht is een fundamenteel recht van ouder en kind.
Als ouders geen overeenstemming kunnen bereiken over de omgangsregeling, kan de rechter een omgangsregeling vaststellen. In bepaalde gevallen zal de rechter advies inwinnen bij de Raad voor de kinderbescherming. Minderjarigen van 12 jaar en ouder kunnen hun mening aan de rechter bekend maken. De rechter kan besluiten om minderjarigen jonger dan 12 jaar te horen.
De rechter kan de omgang aan een ouder ontzeggen, in geval van zwaarwegende belangen van het kind of ernstige bezwaren van het kind tegen die omgang.
Een omgangsregeling kan door de rechter worden gewijzigd in geval van gewijzigde omstandigheden.
Als er geen regelmatige omgang is tussen het kind en de niet verzorgende en/of niet met gezag belaste ouder, is het ook mogelijk om een regeling van de informatie- en consultatieplicht te laten vastleggen. Na de (echt)scheiding is de verzorgende en/of met gezag belaste ouder verplicht de andere ouder informatie te verstrekken (bijv. schoolcijfers, foto's), én verplicht de andere ouder te raadplegen over gewichtige beslissingen aangaande het kind (bijv. school- en beroepskeuze, medische behandelingen).
Ouderschapsplan
Sinds 1 maart 2009 zijn scheidende ouders verplicht om voorafgaand aan de (echt)scheiding in een ouderschapsplan afspraken vast te leggen over de zorg voor hun kinderen. In dit ouder-schapsplan moeten afspraken over de verdeling van de verzorging en opvoeding van de kin-deren (voorheen: omgang) en de kosten van de kinderen worden vastgelegd. De afspraken worden gedetailleerd vastgelegd.
Bijvoorbeeld: in welk paspoort staan de kinderen bijgeschreven; welke afspraken zijn er in het geval één van de ouders komt te overlijden; wie beslist naar welke basisschool het kind gaat; wie maakt de afspraken voor de huisarts/tandarts/orthodontist; wie betaalt de schoolreisjes; wie bepaalt of het kind oorbellen/piercings/tatoeages mag; worden de kinderen betrokken bij veranderingen in het ouderschapsplan?
Met het ouderschapsplan moet worden voorkomen dat de ouders hun "eigen" belang boven dat van de kinderen plaatsen.
Ook ouders die nooit getrouwd zijn geweest, maar wel samen het gezag over de kinderen hebben, moeten bij beëindiging van hun samenleving een ouderschapsplan opstellen.
Partneralimentatie
Tussen (gewezen) echtgenoten / geregistreerd partners bestaat een onderhoudsverplichting.
Het hangt vervolgens van de concrete omstandigheden af of ná de (echt)scheiding, de ene echtgenoot/partner alimentatie moet betalen aan de andere echtgenoot/partner. Of en zo ja, hoeveel alimentatie moet worden betaald, hang van drie factoren: de draagkracht van de alimentatieplichtige, de behoefte van de alimentatiegerechtigde, en de draagkrachtver-gelijking.
Het bepalen van de alimentatie is altijd maatwerk. Er kunnen allerlei factoren spelen die de draagkracht en/of behoefte beïnvloeden.
Bij het bepalen van de hoogte van het inkomen kan rekening worden gehouden met het inko-men dat de alimentatieplichtige redelijkerwijs kan verwerven. Als de alimentatieplichtige in het verleden bewezen heeft een bepaald inkomen te kunnen verwerven, kan verwacht worden dat hij/zij dit inkomen blijft genereren, ook als hij /zij de werkzaamheden liever niet wil ver-richtten.
Bij het bepalen van de behoefte wordt rekening gehouden met de welstand van partijen ten tijde van het huwelijk. De behoefte kan echter niet hoger zijn dan waar partijen ten tijde van het huwelijk van leefden. Indien bijvoorbeeld de BV van de ene echtgenoot veel winst heeft gemaakt, maar deze winst is nooit uitgekeerd, dan blijft deze winst buiten de alimentatiebere-kening. Volgens de Hoge Raad dient dan te worden uitgegaan van het salaris dat tijdens het huwelijk is genoten.
Het kan voorkomen dat de alimentatiebehoeftige behoefte heeft aan een (hogere) alimentatie, maar dat de alimentatieplichtige niet voldoende draagkracht heeft om de (hogere) alimentatie te betalen. Als de alimentatieplichtige ná de echtscheiding meer gaat verdienen, kan de ali-mentatiebehoeftige alsnog om verhoging van de alimentatie verzoeken.
Indien sprake is van bijzondere omstandigheden kan van de alimentatieplichtige worden ge-vergd dat hij of zij inteert op zijn of haar vermogen.
Duur partneralimentatie
Indien de rechter geen termijn heeft vastgesteld, eindigt de alimentatieplicht die op of na 1 juli 1994 is vastgesteld, na 12 jaar. Indien de alimentatie vóór 1 juli 1994 is vastgesteld, eindigt de alimentatieplicht na 15 jaar.
Indien beëindiging van de alimentatie van zo ingrijpende aard is dat beëindiging niet redelijk en billijk zou zijn, kan een verzoek worden ingediend om de alimentatie te verlengen. Het verzoek moet dan wel tijdig worden ingediend, te weten voordat drie maanden sinds de be-eindiging zijn verstreken.
Indien het huwelijk korter dan vijf jaar heeft geduurd, en uit dit huwelijk géén kinderen zijn geboren, eindigt de alimentatieplicht na het verstrijken van de termijn die gelijk is aan de duur van het huwelijk.
De alimentatieplicht eindigt wanneer de gewezen echtgenoot die alimentatie ontvangt, op-nieuw in het huwelijk treedt, een geregistreerd partnerschap aangaat, of gaat samenleven met een ander als waren zij gehuwd.
Kinderalimentatie
Maatstaf bij het bepalen van de alimentatie is dat de kinderen in beginsel niet slechter af moe-ten zijn na en door de (echt)scheiding van hun ouders. Of dit gerealiseerd kan worden hangt af van de draagkracht.
Voor de vaststelling van de alimentatie wordt uitgegaan van het gezinsbudget. Het gezins-budget wordt gevormd door het netto inkomen van de man en van de vrouw.
Ouders blijken een vast percentage van het gezinsbudget aan hun kinderen te besteden. Dit ongeacht de welstand van de ouders: dus ongeacht of men "arm" of "rijk" is.
Van het gezinsbudget besteden ouders aan hun kinderen:
17% bij 1 kind
25% bij 2 kinderen
33% bij 3 kinderen
Er wordt uitgegaan van normale kosten zoals die voor voeding en kleding, maar in bepaalde situaties wordt met correctieposten rekening gehouden.
Correctieposten zijn kosten die tot verhoging van de alimentatie kunnen leiden, bijvoorbeeld kosten van een gehandicapt kind, kosten van topsport, privé-lessen en extra hoge schoolgel-den.
Niet alleen ouders, maar ook anderen hebben (soms) de verplichting bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen.
Ouders en stiefouders zijn verplicht - naar draagkracht - kinderalimentatie te betalen.
Onder bepaalde omstandigheden kan de verwekker van een kind, en de voogden van het kind, verplicht zijn alimentatie te betalen.
Ook de partner of de echtgenoot (zijnde een niet-ouder) die samen met een ouder van het kind het gezag heeft over het kind, kan alimentatieplichtig zijn.
Indien een persoon verplicht is levensonderhoud te betalen aan twee of meer personen en zijn draagkracht onvoldoende is om dit volledig te verschaffen, hebben zijn kinderen en stiefkin-deren tot 21 jaar voorrang boven alle andere onderhoudsgerechtigden. Deze voorrangsregel leidt ertoe dat allereerst de kinderalimentatie wordt bepaald en dat pas daarna wordt beoor-deeld of nog ruimte bestaat voor het opleggen van partneralimentatie.
Duur kinderalimentatie
De alimentatieplicht bestaat totdat het kind 18 jaar is, maar als het kind meerderjarig is én nog studeert, eindigt de alimentatieplicht als het kind 21 jaar wordt.
Onder bepaalde omstandigheden kan de alimentatieplicht zelfs ook tot na het 21ste levensjaar voortduren.
Boedelverdeling/verrekening
Gemeenschap van goederen
Wie géén huwelijksvoorwaarden heeft gemaakt, is gehuwd in gemeenschap van goederen. Bij echtscheiding moeten dan alle bezitting en schulden bij helfte tussen partijen worden ver-deeld.
Als er bijvoorbeeld een eigen woning is, of een aandelenportefeuille, komt ieder de helft van de waarde van de eigen woning (waarde minus hypotheekschuld) en de helft van de waarde van de aandelenportefeuille toe.
Huwelijksvoorwaarden
Zijn er wel huwelijksvoorwaarden gemaakt, dan hangt het van de inhoud van de huwelijkse voorwaarden af of er verrekend moet worden of niet.
Er zijn twee hoofdcategorieën van huwelijksvoorwaarden:
- uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen zonder verrekenbeding
- uitsluiting van elke gemeenschap van goederen met een verrekenbeding.
Koude uitsluiting
In geval van een algehele uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen, zonder verreken-beding (ook wel genoemd de 'koude uitsluiting'), blijven de vermogens en in beginsel de in-komens gescheiden. Ieder blijft eigenaar van zijn of haar vermogen. Wat van het inkomen is overgebleven (gespaard) komt toe aan degene die het betreffende inkomen heeft verdiend. Onder bepaalde omstandigheden kan dit onredelijk en onbillijk zijn.
Verrekenbeding
In geval van een algehele uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen, met een verre-kenbeding, gelden twee soorten verrekenbedingen: de periodieke en de finale verrekenbedin-gen.
Bij de periodieke verrekenbedingen dienen de echtgenoten jaarlijks te verrekenen. Als de echtgenoten tijdens het huwelijk niet hebben verrekend, kan dat nog bij het einde van het hu-welijk. Dan moet ook de vermogensvermeerdering, ontstaan door belegging van hetgeen uit de inkomsten van een echtgenoot is bespaard, maar ongedeeld is gebleven, in de verrekening worden betrokken.
Bij de finale verrekenbedingen wordt er bij het bij het einde van het huwelijk verrekend. Meestal wordt er dan afgerekend als waren de echtgenoten gehuwd in gemeenschap van goederen.
Beperkte huwelijksgemeenschap
Echtgenoten kunnen ook een beperkte huwelijksgemeenschap zijn overeengekomen, bijvoor-beeld een gemeenschap van inboedel en van woonhuis. Bij echtscheiding dienen deze zaken tussen de echtgenoten worden verdeeld.
Echtelijke woning
De woning kan gemeenschappelijk eigendom zijn van beide partijen, maar kan ook eigendom zijn van één van de partijen, of het kan een huurwoning zijn.
Vragen die aan de orde komen zijn onder meer: Wie mag er (voorlopig) in de woning blijven wonen? Wie betaalt (voorlopig) de hypotheeklasten? Is een gebruiksvergoeding op zijn plaats? Wordt de woning verkocht aan een derde of is toescheiding aan één van de partners mogelijk?
Bijleenregeling
Zijn de echtgenoten gezamenlijk eigenaar van een woning, dan krijgt ieder bij verkoop van de woning, de helft van de eventuele overwaarde van de woning (verkoopwaarde minus hypo-theekschuld).
Aan beide ex-echtgenoten wordt dan een daarbij ontstane eigenwoningreserve toegedeeld. Hiermee moet rekening worden gehouden bij eventuele aankoop van een nieuwe eigen wo-ning. Dan geldt namelijk de "bijleenregeling". Men wordt geacht bij de aankoop van een nieuwe woning, de overwaarde uit de vorige woning volledig te herinvesteren in de nieuwe eigen woning. De renteaftrek geldt dan alleen voor het bedrag dat boven op dit bedrag moet worden geleend om de aankoopprijs van de nieuwe woning te kunnen betalen.
Is de hypotheekschuld hoger dan de waarde van de woning, dan dient de restant hypotheek-schuld (de (verkoop)waarde minus de hypotheek) te worden verdeeld.
Het kan voorkomen dat één van de echtgenoten in de woning wil blijven wonen. Om de hoogte van uitkoopbedrag te bepalen, is een taxatierapport door een onafhankelijk taxateur een belangrijk hulpmiddel.
Als de achterblijvende echtgenoot de vertrekkende echtgenoot uitkoopt, realiseert de vertrek-kende echtgenoot een vervreemdingssaldo eigen woning.
Voor de vertrekkende echtgenoot die een nieuwe eigen woning koopt, geldt ook de "bijleen-regeling". Men wordt geacht bij de aankoop van een nieuwe woning, de overwaarde uit de vorige woning volledig te herinvesteren in de nieuwe eigen woning. De renteaftrek geldt dan alleen voor het bedrag dat boven op dit bedrag moet worden geleend om de aankoopprijs van de nieuwe woning te kunnen betalen.
Pensioen
In de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (WVPS) is bepaald dat de ene echtge-noot recht heeft op de helft van de pensioenopbouw van de andere echtgenoot, gedurende de huwelijkse periode.
Dit recht is onafhankelijk van het tussen partijen geldende huwelijksregime. Gedeeld wordt alleen het ouderdomspensioen en niet het bijzondere nabestaande pensioen.
Het betreft regelend recht, zodat de echtgenoten van het wettelijk stelsel kunnen afwijken bij huwelijks voorwaarden of bij schriftelijk echtscheidingsconvenant.
De wet is niet van toepassing op alle pensioenen. Voor pensioenen die niet onder de Wet val-len heeft de Hoge Raad een belangrijk arrest gewezen (het arrest Boon-Van Loon).
De WVPS is ook van toepassing op het door de DGA (directeur-grootaandeelhouder) in eigen beheer opgebouwd pensioen. De partner van de DGA heeft in beginsel recht op de helft van het pensioen. Sinds 2007 moet de directeur-grootaandeelhouder dat in beginsel afstorten. Voor de onderneming kan dat in bepaalde gevallen problematisch zijn. Indien de DGA kan aantonen dat de liquiditeit voor afstorting ontbreekt en niet kan worden aangetrokken zonder de continuïteit van de onderneming in gevaar te brengen, kan gekeken worden of er in dat geval een uitzondering gemaakt kan worden op de verplichting tot afstorting.
Directeur-grootaandeelhouder (DGA)
Bent u op huwelijkse voorwaarden gehuwd, dan is het afhankelijk van de bepalingen in de huwelijkse akte of de waarde van de onderneming moet worden verrekend.
Bent u in gemeenschap van goederen gehuwd, dan valt de waarde van de vennootschap in de te verdelen boedel. Wat de waarde en hoog de goodwill van de onderneming is hangt af van de waarderingsmethode. 
Jan van Nassaustraat 55
2596 BP Den Haag
Telefoon 070-3141900
Telefax 070-3141901
advocaten@haagrecht.nl
Postbus 85915
2508 CP Den Haag

