Slachtofferzaken

Een slachtoffer van een misdrijf krijgt te maken met twee verschillende rechtsgebieden: het strafrecht én het civiele recht. Ook krijgt een slachtoffer van een misdrijf te maken met veel verschillende instanties, zoals de politie, het Openbaar Ministerie, de rechtbank, het gerechtshof, het Schadefonds Geweldsmisdrijven, Slachtofferhulp Nederland en soms een of meer verzekeraars. Een slachtoffer kan gemakkelijk het overzicht kwijtraken en verdwalen in de verschillende procedures. Onze slachtofferadvocaten weten de weg, en zij helpen niet alleen slachtoffers, maar ook nabestaanden van slachtoffers die door een misdrijf zijn overleden.

Alleen de officier van justitie kan een strafzaak tegen de verdachte starten. De officier start een strafzaak op eigen initiatief of naar aanleiding van de aangifte door het slachtoffer. Het slachtoffer kan dus zelf geen strafzaak starten, maar het slachtoffer kan wel bezwaar maken als de officier van justitie besluit om een strafzaak te laten rusten. Deze beslissing van de officier van justitie heet een sepot; het Openbaar Ministerie seponeert de zaak. Het bezwaar (of beklag) ertegen wordt behandeld door het gerechtshof en wordt een artikel 12-procedure genoemd, omdat deze geregeld is in artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering.

Als er een strafzaak tegen de verdachte wordt gestart, dan kan het slachtoffer zich als benadeelde partij voegen in de strafprocedure. Het slachtoffer dient dan een verzoek tot schadevergoeding in. De strafprocedure is echter voornamelijk gericht op de verdachte: de strafprocedure draait vooral om de vraag of er genoeg belastend bewijs tegen de verdachte is om tot een bewezenverklaring te komen, en om de vraag welke straf er dan moet worden opgelegd. De vraag of het slachtoffer recht heeft op schadevergoeding, is in de strafprocedure eigenlijk een bijzaak. De strafprocedure is daarom maar beperkt geschikt om schadevergoeding te vorderen van de verdachte.

Het slachtoffer kan wel zelf een civiele procedure tegen de verdachte starten, ongeacht of er een strafzaak plaatsvindt. Deze procedure (bij de sector kanton of civiel van de rechtbank) draait uitsluitend om de civielrechtelijke aansprakelijkheid op grond van het burgerlijk wetboek en de hoogte van de schade. In deze procedure kan geen straf worden opgelegd, en de officier van justitie speelt er ook geen rol in.

In een civiele procedure moet het slachtoffer al het bewijs zelf aandragen. En als de civiele rechter een schadevergoeding toewijst, dan moet het slachtoffer zelf zorgdragen voor de daadwerkelijke incasso daarvan - doorgaans met behulp van een deurwaarder. Maar als de strafrechter een schadevergoeding toewijst, zorgt het CJIB voor de incasso, en de Staat schiet de schadevergoeding voor. Dat is meestal een belangrijke reden voor het slachtoffer om zich als benadeelde partij te voegen.

Het slachtoffer dat zich als benadeelde partij voegt, heeft geen advocaat nodig. Maar de ervaring leert dat voegingsvorderingen die door gespecialiseerde slachtofferadvocaten in de strafprocedure worden ingediend en toegelicht, meer kans van slagen maken.

Een slachtoffer kan soms een uitkering krijgen van het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Onze advocaten kunnen inschatten welke uitkering een slachtoffer kan verwachten, en ook, of het instellen van bezwaar tegen een beslissing van het Schadefonds zinvol is.

Van onze advocaten is mr. De Klerk aangesloten bij het Landelijk Advocatennetwerk Gewelds- en Zedenslachtoffers (LANGZS).