Echtscheiding advocaat Den Haag

Echtscheiding op gemeenschappelijk verzoek, eventueel in combinatie met Mediation.

Zie ook: mediation en familierecht advocaat den haag

Een gemeenschappelijke echtscheiding is bedoeld voor mensen die in harmonie willen scheiden. Er dient overeenstemming te bestaan over: kinderen, alimentatie en vermogen. Mensen kunnen bijvoorbeeld de onderstaande afspraken maken.

Kinderen

De kinderen volgen de woonplaats van de vrouw en kunnen de man zo vaak bezoeken als ze zelf wensen.

Alimentatie

Er wordt afgezien van alimentatie, omdat ieder een eigen inkomen heeft en er geen kinderen zijn.

Vermogen

De een blijft in de woning en vergoedt de ander de helft van de overwaarde.

Samen scheiden

Voor een gemeenschappelijke echtscheiding is het van belang dat u samen met uw partner bij de advocaat op kantoor verschijnt. Dit gesprek is kosteloos/vrijblijvend.

De advocaat stelt het op prijs als u voor dit gesprek meebrengt:

  • paspoorten of identiteitskaarten
  • trouwboekje of huwelijksakte

De advocaat neemt met u door wat uw wensen zijn. Hij beoordeelt of uw wensen te vervullen zijn. De advocaat laat u ook weten of uw wensen overeenkomen met wat gebruikelijk is. Hij overbrugt soms een verschil van mening.

Wanneer het gesprek plezierig verloopt (en dat is meestal het geval), dan zet de advocaat de afspraken op schrift in een zogenaamd echtscheidingsconvenant. Het echtscheidingsconvenant krijgt u binnen een week toegezonden.

Zodra u en uw partner zich met het echtscheidingsconvenant kunnen verenigen, dan gaat u samen met uw partner naar de advocaat om het echtscheidingsconvenant te tekenen. Gewoonlijk ziet u de advocaat dan voor het laatst.

De advocaat vraagt voor u uittreksels aan (u hoeft daar niet zelf voor te zorgen), verzoekt de rechter de echtscheiding uit te spreken (u hoeft niet zelf bij de rechter te verschijnen) en verzoekt de ambtenaar van de burgerlijke stand om de echtscheiding in te schrijven in de registers van de burgerlijke stand (u hoeft daar niet zelf voor te zorgen).

Gewoonlijk duurt de procedure twee tot drie maanden. Het komt weinig voor dat de periode veel korter of langer is. Echter, de advocaat kan geen garantie geven dat de zaak binnen twee tot drie maanden voltooid is. Dit komt daar de advocaat afhankelijk is van bijvoorbeeld een rechter die de echtscheiding moet uitspreken of een ambtenaar van de burgerlijke stand die de echtscheiding moet inschrijven in de registers van de burgerlijke stand.

Partner wil niet

Als uw partner niet wenst mee te werken, dan kan het raadzaam zijn om geduld te hebben. U bent niet van de ene op de andere dag gehuwd. En zo bent u niet van de ene op de andere dag gescheiden. Meestal heeft iemand een paar weken nodig om te wennen aan een echtscheiding. Gun uw partner die tijd, want een gemeenschappelijke echtscheiding (samen scheiden) gaat sneller dan een enkelzijdige echtscheiding (u tegen uw partner). Een enkelzijdige echtscheiding laat vaak meer dan twaalf maanden op zich wachten. Bovendien zijn de kosten voor een enkelzijdige echtscheiding vaak vijf tot tien keer hoger dan voor een gemeenschappelijke echtscheiding.

Bedenk dat bij een enkelzijdige echtscheiding de advocaat een verzoek moet opstellen (twee weken verder), de advocaat een deurwaarder moet inschakelen (twee weken verder), er een termijn voor verweer gaat lopen (zes weken verder), de advocaat van uw partner uitstel vraagt (twee weken verder), er een mondelinge behandeling bij de rechter volgt (drie maanden verder), er in het gunstigste geval meteen een uitspraak volgt (drie maanden verder), er een termijn voor hoger beroep gaat lopen (drie maanden verder), er een verklaring moet komen dat er geen hoger beroep is ingesteld (vier weken verder) en de uitspraak moet worden ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand (twee weken verder).

ECHTSCHEIDING EN KOSTEN ADVOCAAT

De advocaatkosten voor een gemeenschappelijke echtscheiding (dus een echtscheiding waarbij mensen in harmonie scheiden) worden bepaald op uurbasis x honorarium te vermeerderen met kosten (bijvoorbeeld griffierecht en kosten uittreksels). Een vaste prijsafspraak behoort onder voorwaarden tot de mogelijkheden.

Kosteloos Pro Deo

Mensen die geen inkomen of een laag inkomen hebben, kunnen van de overheid een tegemoetkoming in de kosten voor de advocaat krijgen. De advocaat werkt met deze regeling/tegemoetkoming. De advocaat behoort u ook op het bestaan van deze regeling/tegemoetkoming te wijzen. Mocht u dus geen inkomen of een laag inkomen hebben, dan kan het zinvol zijn om een zogenaamde toevoeging door de advocaat te laten aanvragen.

Overigens passen bij deze regeling een paar kanttekeningen. Ten eerste bent u een eigen bijdrage verschuldigd. Ten tweede bent u de kosten van de uittreksels en het griffierecht verschuldigd. Ten derde heeft de overheid in de loop van de jaren de regeling/tegemoetkoming steeds meer beperkt. In de praktijk blijken alleen mensen op bijstandsniveau daadwerkelijk iets aan de regeling/tegemoetkoming te hebben.

Geschillen

Onverhoopte geschillen tussen partijen en de advocaat kunnen worden voorgelegd aan de Geschillencommissie Advocatuur te 's-Gravenhage. Deze geschillencommissie kan dan bindend advies uitbrengen.

Waarom rechter en advocaat?

Lange tijd was het niet toegestaan om te scheiden. Immers, het echtpaar had het ja-woord gegeven tot de dood. Alleen in uitzonderlijke gevallen was een scheiding mogelijk. De uitzonderlijke gevallen betroffen grote ruzies en soortgelijke omstandigheden. Als een echtpaar geen grote ruzie had, dan was er ook geen reden om het ja-woord te verbreken.

Wanneer mensen een ernstig geschil hebben, dan wordt een rechter geacht het geschil te beslechten. Dit verklaart de tussenkomst van de rechter bij een echtscheiding. De rechter wil geen ruzie bij hem of haar in de rechtszaal. Dit verklaart waarom mensen zich voor een echtscheiding door een advocaat moeten laten vertegenwoordigen.

De voorwaarde van een ernstig geschil is losgelaten. De gedachte dat mensen tegenover elkaar staan en tegengestelde belangen hadden is daardoor ook losgelaten. Een belangentegenstelling is mogelijk, maar een belangentegenstelling is niet vanzelfsprekend. Wanneer mensen menen dat ze op een lijn zitten, dan kan een advocaat volstaan.

Echtscheidingsconvenant

Bij een gemeenschappelijke echtscheiding maken mensen afspraken over bijvoorbeeld kinderen, alimentatie en vermogen. Sommige mensen zetten die afspraken zelf op papier, maar gewoonlijk doet de advocaat dit. Een "afspraak" wordt ook wel "contract", "convenant" of "overeenkomst" genoemd. Een "echtscheidingsconvenant" is dus een schriftelijke vastlegging van de afspraken die mensen over een echtscheiding hebben gemaakt.

De wet schrijft niet voor hoe een echtscheidingsconvenant er uit moet zien. In de wet zijn alleen her en der wat aanwijzingen te vinden. Er is wel een gebruik ontstaan over de afspraken die in een echtscheidingsconvenant worden opgenomen. Globaal gesproken kent een echtscheidingsconvenant vier hoofdstukken: 1) kinderen, 2) levensonderhoud, 3) vermogen en 4) procedure.

Klik hier voor een Echtscheidingsconvenant.

ECHTSCHEIDING EN KINDEREN

Het hoofdstuk kinderen is van belang als er minderjarige kinderen zijn (dus jonger dan 18 jaar) en soms ook als er meerderjarige kinderen zijn (dus ouder dan 18 jaar). Bij meerderjarige kinderen moet er worden gedacht aan schoolgaande of studerende kinderen die afhankelijk zijn van een ouderlijke bijdrage. Zijn er geen kinderen of zijn de kinderen zelfstandig, dan kan het hoofdstuk kinderen worden overgeslagen.

Het hoofdstuk kinderen telt vier onderwerpen: 1) gezag, 2) woonplaats, 3) omgang en 4) Co-ouderschap.

1. Gezag

Het gezag ziet er op dat een kind soms dingen doet die wel leuk, maar niet verstandig zijn. Dit is het verschil tussen een minderjarig kind en een meerderjarige volwassene. Als een kind iets doet dat niet verstandig is, dan kan een ouder/wettelijk vertegenwoordiger die handeling ongedaan maken. Een echtscheiding heeft geen gevolgen voor het gezag, tenzij mensen iets anders afspreken. Overigens heeft de rechter liever niet dat mensen iets anders afspreken. Gewoonlijk zijn zowel de man als de vrouw voor de echtscheiding bevoegd om als ouder/wettelijk vertegenwoordiger op te treden en gewoonlijk blijven dus zowel de man als de vrouw bevoegd om na de echtscheiding als wettelijk vertegenwoordiger op te treden.

De woorden "voogdij", "voogd" en "toeziende voogd" zijn niet meer van deze tijd. Ze komen uit een tijd dat er grote ruzie moest zijn om te mogen scheiden. De ouder die de kinderen kreeg, werd gewoonlijk de voogd (meestal de vrouw). De ouder die de kinderen niet kreeg, werd gewoonlijk de toeziende voogd (meestal de man). De voogd mocht alles ten aanzien van de kinderen beslissen. De toeziende voogd had niets te zeggen, behalve als de voogd niet (meer) in staat was om in de voogdij te voorzien. Als mensen een afspraak maken over de "voogdij", dan heet dat tegenwoordig dat mensen een afspraak maken over het "gezag".

2. Woonplaats

Een kind dient ergens te wonen (een zogenaamd GBA-adres te hebben). Een keuze voor de woonplaats van een kind dient zo veel mogelijk aan te sluiten bij het adres waar het kind feitelijk verblijft. Verblijft een kind in een periode van twee weken twaalf dagen bij de vrouw en twee dagen bij de man, dan is het voor de handliggend om het kind het GBA-adres van de vrouw te laten volgen. Verblijft een kind even vaak bij zowel de man als de vrouw, dan moet een keuze worden gemaakt. Een kind kan namelijk niet gelijktijdig op twee GBA-adressen ingeschreven staan.

Een afspraak over de woonplaats van een kind heeft met name administratieve en fiscale gevolgen. Een afspraak over de woonplaats van een kind is iets anders dan een afspraak over het gezag over het kind of een afspraak over de omgang met het kind. Wie een kind op zijn adres ingeschreven heeft staan is dus niet de "eigenaar" van het kind. De administratieve functie ziet met name op het adres dat de overheid gebruikt om brieven voor het kind naar toe te sturen (bijvoorbeeld voor vaccinaties). De fiscale functie ziet met name op de mogelijkheid om voor zogenaamde "alleenstaande ouder kortingen" in aanmerking te komen.

Wanneer ouders een (1) kind hebben en dit ene kind ongeveer even vaak bij de ene als andere ouder verblijft, dan kan het raadzaam zijn om het kind het GBA-adres van de ouder met het laagste inkomen te laten volgen. De ouder met het laagste inkomen heeft over het algemeen een groter fiscaal voordeel dan de ouder met het hoogste inkomen.

Wanneer ouders twee (2) kinderen hebben en die twee kinderen ongeveer even vaak bij de ene als andere ouder verblijven, dan kan het raadzaam zijn om het ene kind het adres van de ene ouder te laten volgen en het andere kind het adres van de andere ouder. De beide ouders kunnen dan in aanmerking komen voor de fiscale alleenstaande ouder kortingen.

Om in aanmerking te komen voor de fiscale "alleenstaande ouder kortingen", moet een ouder wel een alleenstaande zijn (dus niet gaan samenwonen met een nieuwe partner). Globaal gesproken maakt het niet uit of een ouder een, twee of meer kinderen op zijn adres ingeschreven heeft staan. De fiscale alleenstaande ouder korting verdubbelt niet. Het is wel zo dat een alleenstaande ouder korting kan vervallen als een kind een bepaalde leeftijd bereikt. Een jonger kind (dat nog niet "te oud" is) kan dan de plaats van een ouder kind (dat reeds "te oud" is) overnemen, zodat de fiscale alleenstaande ouder korting blijft doorlopen.

Wanneer ouders het moeilijk vinden om af te spreken welk kind het GBA-adres van welke ouder gaat volgen, dan luidt een neutrale oplossing voor dit probleem dat het oudste kind het GBA-adres van de oudste ouder volgt en het jongste kind het GBA-adres van de jongste ouder (aannemende dat de kinderen even vaak bij de beide ouders verblijven).

3. Omgang

Een afspraak over de omgang met kinderen kan veel vormen aannemen. De rechter neemt genoegen met de passage "partijen spreken in onderling overleg een omgangsregeling af", maar het is gebruikelijk om een wat concretere afspraak op papier te zetten. Hoeveel concreter is aan de mensen. Er zijn echtparen die kiezen voor een globale omschrijving (bijvoorbeeld een weekeinde per twee weken en de helft van de feestdagen en schoolvakanties). Er zijn ook echtparen die kiezen voor een gedetailleerde omschrijving (bijvoorbeeld een schema met dagen en tijden voor halen en brengen).

Bedenk dat een globale omschrijving langer meegaat dan een gedetailleerde, omdat het leven van mensen verandert en kinderen ouder worden. Bedenk ook dat een omgangsregeling zich moeilijk laat afdwingen. Wanneer bijvoorbeeld de ene ouder bij de andere ouder aanbelt om de kinderen te halen en er wordt niet opengedaan, dan kan die ouder lang op de stoep blijven staan. De ouder kan ook naar de politie gaan, maar de politie zal de kinderen niet gaan halen.

Overigens blijkt in de praktijk dat het verloop van een omgang niet zozeer bepaald wordt door wat er op papier staat, maar veeleer door de verstandhouding tussen de ouders en nieuwe partners van de ouders. Wat goed loopt kan na verloop van tijd slecht gaan lopen. Gelukkig komt het omgekeerde ook voor: wat slecht loopt kan na verloop van tijd goed gaan lopen.

4. Co-ouderschap

Het komt voor dat mensen een "co-ouderschap" wensen af te spreken. Het begrip "co-ouderschap" is geen wettelijk begrip. Eigenlijk bedoelen de mensen dat ze de kinderen zo veel mogelijk in gelijke mate wensen groot te brengen. In de afspraken over gezag, woonplaats en omgang komt dat tot uitdrukking. Ze hebben bijvoorbeeld beide het gezag. Ze hebben bijvoorbeeld ieder een kind op hun GBA-adres ingeschreven staan. En de kinderen verblijven bijvoorbeeld de ene week bij de ene ouder en de andere week bij de oudere ouder.

ECHTSCHEIDING EN ALIMENTATIE

Het hoofdstuk alimentatie telt twee onderwerpen: 1) kinderalimentatie en 2) partneralimentatie.

Kinderalimentatie

Ouders dienen voor hun kinderen te zorgen. Wanneer ouders samenwonen, dan lopen de kosten van de kinderen mee met de kosten voor de huishouding. Een echtscheiding kan tot gevolg hebben dat de kosten voor de kinderen en de inkomsten van de ouders uiteen gaan lopen. Het ligt dan voor de hand om de verschillen tussen kosten en inkomsten te compenseren met kinderalimentatie. Mensen mogen in beginsel zelf een kinderalimentatie afspreken.

De rechter neemt bij een gemeenschappelijke echtscheiding genoegen met de passage "partijen spreken in onderling overleg af een bijdrage in het levensonderhoud van de kinderen", maar het is gebruikelijk om een wat concretere afspraak te maken. Een afspraak over kinderalimentatie blijkt vaak af te hangen van: 1) aantal kinderen, 2) de duur van het verblijf van de kinderen bij de twee ouders en 3) de inkomsten van de twee ouders.

Ervaringsregel 1 - EUR 220 per maand per kind

Ingeval de kinderen niet in gelijke mate bij de ouders verblijven (bijvoorbeeld twee dagen bij de man en twaalf dagen bij de vrouw), dan blijkt een kinderalimentatie gemiddeld uit te komen op EUR 220 per maand per kind. Lager dan EUR 100 per maand per kind komt eigenlijk nooit voor. En hoger dan EUR 500 per maand per kind komt eigenlijk ook nooit voor. Het is bijna altijd de man die de kinderalimentatie aan de vrouw betaalt.

Ervaringsregel 2 - naar draagkracht ouders

Ingeval de kinderen wel in gelijke mate bij de ouders verblijven (bijvoorbeeld zeven dagen bij de man en zeven dagen bij de vrouw), dan blijkt dat mensen afspreken dat ieder de gewone kosten voor de kinderen draagt en dat de buitengewone kosten voor de kinderen (zoals school, verzekering en vrije tijd), naar draagkracht worden gedeeld. De verhouding van de draagkracht bedraagt gemiddeld 65% voor de man en 35% voor de vrouw.

Rekenmethode kinderalimentatie

Een eenvoudige manier om kinderalimentatie te berekenen bestaat uit vier stappen. De rekenmethode kan gevolgd worden door een correctie, omdat het bijvoorbeeld niet de bedoeling is dat iemand onder bijstandsniveau belandt.

Stap 1) Bereken het netto-gezinsbudget. Het netto-gezinsbudget bestaat uit het netto-inkomen van de man vermeerderd met het netto-inkomen van de vrouw.

Stap 2) De kosten voor de kinderen is een percentage van het netto-gezinsbudget (ongeacht of ouders "arm" dan wel "rijk" zijn): bij een kind 17%, bij twee kinderen 25% en bij drie kinderen 32%.

Stap 3) Verdeel de kosten voor de kinderen naar draagkracht tussen man en vrouw. Hoewel het begrip "draagkracht" niet hetzelfde is als "netto-inkomen", is een verdeling naar "netto-inkomen" wel het eenvoudigst.

Stap 4) Deel deze uitkomst (onder 3) door het aantal kinderen

Voorbeeld met twee kinderen

Stap 1) EUR 1.800 + EUR 1.200 = EUR 3.000

Stap 2) EUR 3.000 x 25% = EUR 750

Stap 3) Man | Vrouw ongeveer 60% | 40% ongeveer EUR 450 | EUR 300

Stap 4) EUR 450 / 2 = EUR 225 per kind

Voorbeeld met een kind

Stap 1) EUR 1.600 + EUR 1.200 = EUR 2.800

Stap 2) EUR 2.800 x 17% ongeveer EUR 475

Stap 3) Man | Vrouw ongeveer 57% | 43% ongeveer EUR 270 | EUR 205

Stap 4) EUR 270 / 1 = EUR 270 voor kind

Het verschil tussen "draagkracht" en "netto-inkomen" is in de praktijk eigenlijk alleen van betekenis als iemand onder bijstandsniveau zit of door het betalen van kinderalimentatie onder bijstandsniveau komt.

Bedenk dat deze rekenmethode ziet op het geval dat de kinderen per twee weken, twee dagen verblijven bij de ouder die de kinderalimentatie betaalt en twaalf bij de ouder die de kinderalimentatie ontvangt. Bedenk ook dat de ouder die de kinderalimentatie ontvangt daarvan niet alleen de gewone kosten moet voldoen, maar ook de buitengewone kosten. Deze rekenmethode is daardoor minder geschikt voor ouders die hun kinderen zo veel mogelijk in gelijke mate wensen groot te brengen (co-ouderschap).

Inkomstenbelasting en kinderalimentatie

Kinderalimentatie is "belasting neutraal". Wie bijvoorbeeld EUR 200 aan kinderalimentatie betaalt heeft daarvoor geen aftrek voor de inkomstenbelasting. Omgekeerd geldt dat wie de EUR 200 aan kinderalimentatie ontvangt daarvoor geen bijtelling heeft voor de inkomstenbelasting.

Partneralimentatie heeft daarentegen gevolgen voor de inkomstenbelasting. Wie partneralimentatie betaalt heeft een aftrek. Wie partneralimentatie ontvangt heeft een bijtelling. Een partneralimentatie van EUR 400 bruto per maand, komt daardoor uit op een partneralimentatie van ongeveer EUR 300 netto per maand.

Begin, wijziging en einde kinderalimentatie

Ouders mogen zelf de dag kiezen waarop een kinderalimentatie begint. Gewoonlijk is dit de eerste dag van de maand waarop de mensen niet meer samenwonen.

Een afgesproken kinderalimentatie wordt jaarlijks geïndexeerd/verhoogd met een door de overheid vastgesteld percentage. Overigens staat het ouders vrij om af te zien van een indexering/verhoging, maar de mensen moeten dat dan uitdrukkelijk afspreken en schriftelijk vastleggen.

Ouders mogen ook in onderling overleg een afgesproken kinderalimentatie wijzigen (bijvoorbeeld wegens een daling of stijging van hun inkomen), maar de mensen moeten die wijziging dan uitdrukkelijk afspreken en schriftelijk vastleggen.

Lange tijd diende ouders voor een kind te zorgen tot het kind meerderjarig werd. De leeftijd waarop een kind meerderjarig werd is in de loop van de tijd gestaag gedaald. De laatste keer van 21 jaar naar 18 jaar. Bij deze laatste wijziging is de eenvoudige regel (betalen tot meerderjarigheid) minder eenvoudig geworden. Globaal gesproken luidt de regel op dit moment: in alle gevallen betalen tot 18 jaar (zogenaamde "bijdrage in verzorging en opvoeding"), in bijna alle gevallen betalen tot 21 jaar (zogenaamde "bijdrage in levensonderhoud en studie") en soms betalen tot 27 jaar (denk aan "ouderlijke bijdrage studiefinanciering").

Partneralimentatie

Wanneer mensen huwen, dan beloven ze elkaar "hulp en bijstand" tot hun dood. Deze belofte kan na een echtscheiding doorwerken in een partneralimentatie.

Partneralimentatie loopt er uit. Er zijn daarvoor diverse oorzaken aan te wijzen:

- niet alleen de man, maar ook de vrouw heeft (tegenwoordig) een inkomen

- een vrouw met een laag inkomen, heeft de mogelijkheid om meer te gaan verdienen

- een verschil in inkomen tussen man en vrouw wordt vaak gecompenseerd door kinderalimentatie

- een man die kinderalimentatie betaalt, heeft vaak geen draagkracht meer om ook partneralimentatie te voldoen

- het aangaan van een nieuwe relatie doet de behoefte aan partneralimentatie (en meestal ook het recht op partneralimentatie) vervallen

Ervaringsregel 1 - afstand partneralimentatie (90% gevallen)

In ongeveer negentig procent van de gevallen zien mensen af van partneralimentatie. De mensen doen dit gewoonlijk onder het voorbehoud dat zich geen "ingrijpende onvoorziene omstandigheden" voordoen.

In ongeveer tien procent van de gevallen wordt een partneralimentatie afgesproken. Er zijn daarbij twee groepen te onderscheiden.

Ervaringsregel 2 - EUR 2.200 bruto per maand (iets meer dan 5% gevallen)

De eerste groep bestaat uit echtparen waarbij er sprake is van een langdurig huwelijk, zelfstandige kinderen en een groot verschil in inkomen. De partneralimentatie blijkt bij deze groep gemiddeld EUR 2.200 bruto per maand te bedragen. Een partneralimentatie van EUR 2.200 bruto per maand, komt overeen met ongeveer EUR 1.600 netto per maand.

Ervaringsregel 3 - EUR 400 bruto per maand (iets minder dan 5% gevallen)

De tweede groep bestaat uit echtparen waarbij door de echtscheiding een van de twee op (aanvullende) bijstand is aangewezen. Om te voorkomen dat de sociale dienst de (aanvullende) bijstand gaat verhalen, wordt een (aanvullende) partneralimentatie afgesproken. De (aanvullende) partneralimentatie blijkt bij deze groep gemiddeld EUR 400 bruto per maand te bedragen.

Tremanormen

Er zijn methoden om een partneralimentatie te berekenen. De voornaamste methode is bekend onder de naam "Tremanormen". Deze methode is een advies/publicatie van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak. Het model kent meer dan honderdtwintig variabelen (posten voor inkomsten en uitgaven). Deze methode suggereert dat een partneralimentatie zich op de cent laat berekenen, maar schijn kan bedriegen. De "Tremanormen" zijn ook volgens de makers van het model een richtlijn. De voornaamste tekortkomingen zijn dat:

  • mensen vaak niet weten wat hun inkomsten en met name uitgaven (de variabelen) na de echtscheiding zijn
  • veel variabelen (dus inkomsten en uitgaven) voortdurend veranderen
  • veel variabelen niet significant zijn voor de uitkomst

Rekenmethode partneralimentatie

Een eenvoudige manier om partneralimentatie te berekenen bestaat uit zes stappen. De rekenmethode kan gevolgd worden door een correctie, omdat het bijvoorbeeld niet de bedoeling is dat iemand onder bijstandsniveau belandt.

Stap 1) Bereken het "netto besteedbaar inkomen" van man en vrouw

Stap 2) Tel de "netto besteedbare inkomens" (dus van man en vrouw) bij elkaar op

Stap 3) Trek van deze "netto besteedbare inkomens" een eventuele kinderalimentatie af

Stap 4) Van deze uitkomst (onder 3) is gewoonlijk 40% bestemd voor de "alimentatiegerechtigde"

Stap 5) Bereken welke aanvulling de "alimentatiegerechtigde" zou behoeven volgens deze uitkomst (onder 4)

Stap 6) Maak van deze "netto alimentatie" (onder 5) een "bruto alimentatie" (gewoonlijk vermenigvuldigen met 1,35)

Voorbeeld met EUR 440 kinderalimentatie

Stap 1) EUR 2.200 en EUR 500

Stap 2) EUR 2.200 + EUR 500 = EUR 2.700

Stap 3) EUR 2.700 - EUR 440 = EUR 2.260

Stap 4) EUR 2.260 x 40% ongeveer EUR 900

Stap 5) EUR 900 - EUR 500 = EUR 400

Stap 6) EUR 400 netto x 1,35 = EUR 540 bruto

Voorbeeld met EUR 0 kinderalimentatie

Stap 1) EUR 4.000 en EUR 500

Stap 2) EUR 4.000 + EUR 500 = EUR 4.500

Stap 3) EUR 4.500 - EUR 0 = EUR 4.500

Stap 4) EUR 4.500 x 40% = EUR 1.800

Stap 5) EUR 1.800 - EUR 500 = EUR 1.300

Stap 6) EUR 1.300 netto x 1,35 ongeveer EUR 1.800 bruto

Aandachtspunten

Het begrip "netto besteedbaar inkomen" lijkt op het begrip "netto maandloon", maar is niet hetzelfde. Gewoonlijk is het "netto besteedbaar inkomen" tien tot twintig procent hoger dan het "netto maandloon".

Het verschil tussen "netto besteedbaar inkomen" en "netto maandloon" heeft diverse oorzaken. Bij het berekenen van een partneralimentatie zijn dit aandachtspunten voor de advocaat.

  • Geniet iemand een vakantietoelage? Gewoonlijk is dit het geval. Verdeeld over een jaar levert dit een verschil op van 8%.
  • Heeft iemand een loon per vier weken? Levert verschil op van 8% (er gaan dertien periodes van vier weken in een jaar).
  • Geniet iemand een dertiende maand of veertiende periode? Verdeeld over een jaar levert dit een verschil op van 8%.
  • Heeft iemand een bonus? Gewoonlijk is dit een klein bedrag, maar soms maakt een bonus een groot verschil.
  • Wanneer overuren worden gemaakt of toelagen worden verstrekt, dan tellen die overuren en toelagen mee.
  • Onkostenvergoedingen (dus vergoedingen voor daadwerkelijke onkosten) tellen daarentegen niet mee.

Inkomstenbelasting en partneralimentatie

Partneralimentatie heeft gevolgen voor de inkomstenbelasting. Wie partneralimentatie betaalt heeft een aftrek. Wie partneralimentatie ontvangt heeft een bijtelling. Een partneralimentatie van EUR 2.200 bruto per maand, komt daardoor uit op een partneralimentatie van ongeveer EUR 1.600 netto per maand.

Kinderalimentatie is daarentegen "belasting neutraal". Wie bijvoorbeeld EUR 200 aan kinderalimentatie betaalt heeft daarvoor geen aftrek voor de inkomstenbelasting. Omgekeerd geldt dat wie de EUR 200 aan kinderalimentatie ontvangt daarvoor geen bijtelling heeft voor de inkomstenbelasting.

ECHTSCHEIDING EN PENSIOEN

Wanneer mensen scheiden dan veronderstelt de wet dat ze ook de pensioenen verdelen. Globaal gesproken zijn er drie wijzen waarop pensioenen bij een echtscheiding kunnen worden verdeeld:

  1. Standaardverdeling
  2. Conversie
  3. Ieder eigen

Om het verschil tussen de mogelijkheden inzichtelijk te maken, dient bedacht te worden dat:

  • de verdeling ziet op de pensioenen die gedurende het huwelijk zijn opgebouwd. Pensioen opgebouwd voor het huwelijk of na het huwelijk blijft dus buiten de verdeling.
  • er verschil bestaat tussen ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen. Ouderdomspensioen is bestemd voor degene die het heeft opgebouwd. Nabestaandenpensioen is bestemd voor nabestaanden van degene die het heeft opgebouwd.

1. Standaardverdeling

Bij de standaardverdeling wordt het ouderdomspensioen van de man opgeteld bij het ouderdomspensioen van de vrouw. De uitkomst wordt gedeeld door twee. Het nabestaandenpensioen van de man en het nabestaandenpensioen van de vrouw blijven dus buiten de verdeling.

De standaardverdeling heeft tot gevolg dat de man de helft van zijn ouderdomspensioen krijgt (zodra hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt) en de vrouw op dat moment de andere helft. Omgekeerd geldt dat de vrouw de helft van haar ouderdomspensioen krijgt (zodra zij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt) en de man op dat moment de andere helft.

Wanneer bijvoorbeeld de man drie jaar ouder is dan de vrouw, dan krijgt de vrouw op 62-jarige leeftijd de helft van het ouderdomspensioen van de man (en de man vanzelfsprekend de andere helft) en dan krijgt de man op 68-jarige leeftijd de helft van het ouderdomspensioen van de vrouw (en de vrouw vanzelfsprekend de andere helft).

Komt de man voor de pensioengerechtigde leeftijd te overlijden, dan kan zijn vrouw aanspraak op nabestaandenpensioen maken. Komt de vrouw te overlijden, dan geldt in beginsel hetzelfde voor de man.

Deze wijze van verdelen is het meest aangewezen in echtscheidingen waar een alimentatie wordt afgesproken. Komt de alimentatieplichtige te overlijden, dan vervalt de alimentatie, maar dan komt mogelijk een nabestaandenpensioen tot uitkering.

2. Conversie

Bij de conversie wordt het ouderdomspensioen en het nabestaandenpensioen van de man opgeteld bij het ouderdomspensioen en het nabestaandenpensioen van de vrouw. De uitkomst wordt gedeeld door twee. De nabestaandenpensioenen worden dus betrokken bij de verdeling.

De conversie heeft tot gevolg dat de man de helft van de ouderdomspensioenen en nabestaandenpensioenen krijgt (zodra hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt). Omgekeerd geldt dat de vrouw de helft van de ouderdomspensioenen en nabestaandenpensioenen krijgt (zodra zij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt).

Wanneer bijvoorbeeld de man drie jaar ouder is dan de vrouw, dan krijgt de man op 65-jarige leeftijd zijn pensioen en dan krijgt de vrouw drie jaar later eveneens op 65-jarige leeftijd haar pensioen.

Komt de man voor de pensioengerechtigde leeftijd te overlijden, dan krijgt zijn vrouw niets tot het bereiken van de eigen pensioengerechtigde leeftijd. Komt de vrouw te overlijden, dan geldt in beginsel hetzelfde voor de man.

Deze wijze van verdelen is het meest aangewezen in echtscheidingen waar geen alimentatie loopt of waar sprake is van een groot leeftijdsverschil tussen de echtgenoten.

3. Ieder eigen

Bij "ieder eigen" wijken partijen af van de standaardverdeling of de conversie. Partijen spreken dan af dat ze over en weer afstand doen van aanspraken op het pensioen van de ander. Een pensioenuitvoerder is niet gehouden om daar medewerking aan te verlenen, maar doet dit gewoonlijk wel.

ECHTSCHEIDING EN VERDELING VERMOGEN

Het vermogen van echtgenoten laat zich op verschillende wijzen verdelen. Mensen mogen bij de verdeling van hun vermogen afwijken van de "wettelijke gemeenschap" of de "huwelijksvoorwaarden". Echter, er gelden twee voorwaarden:

  • u moet het met elkaar eens zijn dat u afwijkt van de voor u geldende regeling
  • een schuldeiser hoeft geen genoegen te nemen met een afwijking

Voorbeeld

In de huwelijksvoorwaarden staat bijvoorbeeld dat het schilderij van de hond van de man is en het schilderij van de kat van de vrouw. Het is mogelijk om bij de verdeling een omgekeerde afspraak te maken (dus het schilderij van de kat gaat naar de man en het schilderij van de hond gaat naar de vrouw). Het is zelfs mogelijk om af te spreken dat beide schilderijen naar de man of de vrouw gaan (u hoeft dus niet gelijk te verdelen).

Voorbeeld

Man en vrouw hebben een gemeenschappelijke schuld aan de bank van EUR 20.000. De bank kan bij wanbetaling op zowel de man als de vrouw verhaal halen. Wanneer man en vrouw onderling afspreken dat de man de schuld volledig op zich neemt, dan hoeft de bank zich daar niets van aan te trekken. Overigens ontslaat een bank gewoonlijk een echtgenoot uit zijn of haar hoofdelijke verbondenheid voor een schuld, als de overgebleven echtgenoot naar het oordeel van de bank voldoende kredietwaardig is.

Wettelijke gemeenschap

Huwelijksvoorwaarden

Verrekenbedingen

Nalatenschappen

ECHTSCHEIDING EN WONING

Er zijn twee soorten woningen: huurwoningen en koopwoningen.

Huurwoning

Wonen mensen in een huurwoning, dan behoort het huis niet tot hun vermogen. Immers, de woning is eigendom van de verhuurder. Eigenlijk zijn er dan bij een echtscheiding slechts twee vragen te beantwoorden:

1) Wie zet de huurovereenkomst als alleenstaande huurder voort?

2) Stemt de verhuurder er mee in dat de huurovereenkomst door een alleenstaande huurder wordt voortgezet in plaats van twee samenwonende huurders?

Koopwoning

Wonen mensen in een koopwoning, dan vertegenwoordigt de koopwoning vaak veruit het grootste "bezit" en meteen ook veruit de grootste "schuld". Een afspraak over de koopwoning is daarmee vaak veruit de voornaamste afspraak over de verdeling van het vermogen bij echtscheiding. Globaal gesproken kunnen mensen over een koopwoning vier verschillende afspraken maken:

  • Verkopen aan derde
  • Toebedelen aan een van twee
  • Voorkeursrecht voor een van twee of beide
  • Gezamenlijk aanhouden

Verkopen

In ongeveer dertig procent van de gevallen blijken mensen hun woning te verkopen aan een derde. Eigenlijk is dit de eenvoudigste manier om een woning te verdelen. De netto-opbrengst wordt gedeeld. Er hoeft geen overwaarde te worden berekend. Er hoeft geen financiering te worden geregeld. Er moet alleen een koper worden gevonden. Soms kan het verstandig zijn om afspraken te maken over de vaste lasten van de woning en de (minimum) prijs waartegen de woning wordt verkocht.

Het is denkbaar dat de woning enige tijd leegstaat, maar veel vaker komt het voor dat iemand voorlopig in de woning blijft wonen en iemand elders een woning heeft gevonden. In dit laatste geval dringt zich de vraag op wie de kosten van de woning moet dragen. Degene in de woning vindt: "De woning voor mij alleen is te duur. Ik zit hier alleen om de woning te verkopen." Degene die elders een woning heeft gevonden vindt: "Ik heb (anders) dubbele lasten. Ik zit hier ook niet voor niks."

Het is ook denkbaar dat mensen het niet eens zijn over de (minimum) prijs waarvoor de woning wordt verkocht. Gewoonlijk wordt afgesproken dat de makelaar een doorslaggevende stem krijgt als mensen er onderling niet uitkomen:

  • als ze beide willen verkopen, dan gaat de verkoop door (makelaar stemt niet mee)
  • als ze geen van twee willen verkopen, dan gaat de verkoop niet door (makelaar stemt niet mee)
  • maar als de een niet wil verkopen en de ander wil wel verkopen, dan krijgt de makelaar een doorslaggevende stem

Toebedelen

In ongeveer de helft van de gevallen besluiten mensen om hun gemeenschappelijke woning aan een van twee toe te bedelen. Bij deze wijze van verdelen is een van twee als het ware de koper van de woning. Gewoonlijk wordt afgesproken dat degene die de woning krijgt de helft van de overwaarde aan de ander dient te vergoeden. Bij deze wijze van verdelen is het dus gewenst dat de overwaarde wordt vastgesteld.

De overwaarde bestaat uit drie posten: de "verkoopwaarde" verminderd met de "hypotheek" en weer vermeerderd met de "spaarpot". Met de "verkoopwaarde" wordt bedoeld de prijs die een derde voor de woning zou betalen als de woning onder normale omstandigheden zou worden verkocht. Met de "hypotheek" wordt bedoeld de hypothecaire geldlening of geldleningen waarmee de woning is gefinancierd. Met de "spaarpot" wordt bedoeld het tegoed dat is opgebouwd bij een bank of verzekeraar voor de aflossing van de hypotheek.

Een "spaarpot" kan diverse vormen aannemen: het kan een spaartegoed zijn, het kan een levensverzekering zijn en het kan een belegging zijn. Sterker, er zijn meer mogelijkheden en ook combinaties van mogelijkheden denkbaar. Het kenmerk van de mogelijkheden is dat er niet direct wordt afgelost op de hypotheek, maar dat de aflossing indirect plaatsvindt door het opbouwen van een tegoed bij een bank of verzekeraar. Over het algemeen wordt het spaartegoed, de levensverzekering of de belegging ook beheerd door de bank of verzekeraar en is het geld ook verpand aan de bank of verzekeraar (om zeker te stellen dat het geld voor de aflossing van de hypotheek wordt gebruikt).

Wanneer mensen afspreken dat de woning aan een van twee wordt toebedeeld, dan mogen twee punten niet worden vergeten.

Ten eerste is het voor degene die de woning krijgt zaak dat de woning daadwerkelijk aan hem of haar geleverd wordt. In het kadaster staat meestal "ieder voor de helft eigenaar" en dat moet worden "een voor het geheel eigenaar". Een wijziging van de inschrijving van het kadaster vereist de tussenkomst van een notaris. Mensen kunnen niet zelf met een echtscheidingsconvenant naar het kadaster. Een enkele keer stellen mensen de gang naar de notaris uit. Echter, als de woning vervolgens jaren later wordt verkocht, dan levert dat grote moeilijkheden op. Men weet elkaar niet meer te vinden. Men woont niet meer bij elkaar in de buurt. Of er worden voorwaarden aan de medewerking gesteld.

Ten tweede is het voor degene die de woning niet krijgt zaak om uit alle verplichtingen die samenhangen met de woning te worden ontslagen. Er moet dan worden gedacht aan het verbreken van de hoofdelijkheid voor de geldlening/hypotheek. Want zonder het verbreken van de financiering, blijven man en vrouw samen verantwoordelijk voor de nakoming van de geldlening/hypotheek. Bovendien zal degene die de woning niet krijgt, bemerken dat het niet of niet goed mogelijk is om voor een nieuwe woning een nieuwe financiering te verkrijgen. Immers, men heeft volgens het BKR nog een oude geldlening/hypotheek voor de oude woning (waarvoor men verantwoordelijk is gebleven).

Voorkeursrecht

Het komt in ongeveer vijftien procent van de gevallen voor dat mensen geen keuze uit de mogelijkheden hebben gemaakt. Iemand wil bijvoorbeeld graag in het huis blijven wonen, maar weet niet of het mogelijk is om de woning te financieren. Of iemand heeft bijvoorbeeld het gevoel door de ander/echtscheiding te snel tot een keuze te worden gedwongen.

Een mogelijke oplossing voor dit soort problemen is een zogenaamd voorkeursrecht. Iemand krijgt gedurende bijvoorbeeld twee jaar de mogelijkheid om een keuze te maken om 1) de woning alsnog te verkopen of 2) zich de woning te laten toebedelen. Wanneer er een keuze wordt gemaakt voor "de woning alsnog te verkopen", dan wordt de netto-opbrengst meestal gedeeld. Wanneer er een keuze wordt gemaakt voor "zich de woning te laten toebedelen", dan is dat meestal tegen een vooraf afgesproken prijs.

Gezamenlijk aanhouden

Je hoeft niet gehuwd te zijn om samen een woning te kunnen kopen. Je hoeft een huis dus ook niet te verkopen als je gescheiden bent. Mensen mogen afspreken dat de woning na de echtscheiding voor kortere of langere tijd gezamenlijk wordt aangehouden. Een verdeling geniet vaak de voorkeur, maar in ongeveer vijf procent van de gevallen blijkt dat anders te liggen. Men voorziet bijvoorbeeld dat het huis met verlies wordt verkocht. Of men wenst bijvoorbeeld in de woning te blijven wonen totdat de kinderen het huis uit gaan. In de praktijk gaat het in dit soort gevallen meestal om mensen die de woning minder dan vijf jaar geleden hebben gekocht of verwachten dat de kinderen de komende vijf jaar het huis verlaten.

Aangezien de woning gemeenschappelijk eigendom blijft, is het wel zaak dat afspraken worden gemaakt over de kosten van het huis en met name de voorwaarden waarneer verlangd mag worden dat aan de gemeenschappelijke eigendom een einde komt.

Nieuwe woning

Bij een echtscheiding gaan mensen op zoek naar een nieuwe woning. Immers, het verbreken van de samenwoning is een voornaam doel van de echtscheiding. Het kan gebeuren dan iemand gedurende de echtscheiding een koophuis vindt. Een veel voorkomende vraag luidt of die woning ook gedurende de echtscheidingsprocedure kan worden gekocht. Het antwoord op deze vraag is dubbelzinnig: ja en ook nee.

Om dit dubbelzinnige antwoord te begrijpen moeten twee tijdstippen van elkaar worden onderscheiden. Het eerste moment is het tijdstip waarop de "koop" bij de makelaar wordt gesloten. Het tweede moment is het tijdstip waarop de "levering" bij de notaris plaatsvindt.

In de praktijk is met name voor het eerste tijdstip (dus de koop bij de makelaar) van belang dat tegen de verkoper en financier wordt gezegd dat men in echtscheiding ligt. Degene voor wie het huis wel bestemd is, koopt en financiert de woning voor zich zelf. Degene voor wie het huis niet bestemd is, verleent medewerking aan de koop en financiering onder de voorwaarde dat hij of zij uit alle verplichtingen wordt ontslagen zodra de echtscheiding is voltooid.

In de praktijk is met name voor het tweede tijdstip (dus de levering bij de notaris) van belang dat de echtscheiding is voltooid. Immers, zolang men niet is gescheiden is men gehuwd. Voor de notaris is het gehuwd of gescheiden. Voor de notaris bestaat geen tussenvorm. In plaats dat de woning wordt geleverd aan de man of vrouw die het huis voor zich alleen heeft gekocht, wordt de woning aan de man en vrouw samen geleverd. Zodra de echtscheiding is voltooid, mogen de mensen opnieuw naar de notaris (waarbij de een zijn of haar helft aan de ander levert) en waarvoor de notaris opnieuw kosten in rekening brengt.

Wie zich deze extra kosten voor de notaris wenst te besparen, moet er voor zorgen dat het huis niet eerder geleverd wordt dan nadat de echtscheiding is voltooid. Gewoonlijk is dat de dag nadat de echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Overigens zijn de extra kosten betrekkelijk. Wanneer koper en verkoper onderhandelen over de prijs, dan zijn daar dikwijls duizenden euro's mee gemoeid, terwijl met de extra kosten voor de notaris dikwijls "slechts" honderden euro's bedragen. Wie meent geluk te hebben bij het vinden van een nieuwe woning, moet de extra kosten voor de notaris als het ware op de koop toe nemen.

Taxatie woning

Wanneer mensen het eens zijn over de waarde van hun woning, dan hoeven ze de woning niet te laten taxeren.

Voorbeeld

Man en vrouw wonen in een rijtjeshuis. De buren hebben twee maanden geleden hun woning verkocht voor EUR 220.000. De man en vrouw menen dat hun huis beter onderhouden is. Ze begroten samen de woning op EUR 230.000. Ze achten het beide overbodig om een makelaar het huis te laten taxeren.

Voorbeeld

De vrouw wenst samen met de kinderen in de woning te blijven wonen en de man vindt dat een goed idee. De man en vrouw begroten de overwaarde van het huis op EUR 100.000. Dit zou betekenen dat de vrouw de man voor EUR 50.000 zou moeten uitkopen. Echter, de vrouw is niet in staat om meer dan EUR 30.000 te lenen. De man wenst daarom met EUR 30.000 genoegen te nemen. De man en vrouw vinden het niet nodig om een makelaar de woning te laten taxeren. Want of de overwaarde EUR 100.000, EUR 90.000 of EUR 110.000 is, in alle gevallen geldt dat de man voor EUR 30.000 wordt uitgekocht.

ECHTSCHEIDING EN ONDERNEMING

Een echtscheiding voor een ondernemer hoeft niet moeilijk te zijn. In de praktijk blijkt dat de meeste ondernemers zelfstandigen/ZZP'ers zijn, die moeten werken om de onderneming draaiende te houden. In de praktijk blijkt ook dat de meeste ondernemers in de dienstverlening zitten. De onderneming kent activa/bezittingen en passiva/schulden, maar de waarde daarvan is betrekkelijk. Bij de activa gaat het vaak om een bedrijfsauto, een bedrijfscomputer en gereedschappen. Bij de passiva gaat het vaak om een rekening-courant die zo'n tien- tot twintigduizend euro in de min staat.

Waarde

Soms wordt gesuggereerd dat een onderneming altijd (door een accountant) moet worden gewaardeerd, maar in de praktijk blijkt dat een waardering (door een accountant) alleen zinvol is als:

  • er sprake is van grote belastingschulden of belastingvorderingen
  • er bedrijfsgebouwen in eigendom zijn
  • er veel werknemers zijn

Veel mensen spreken bij een echtscheiding af dat de onderneming toevalt aan degene die de onderneming drijft. Wanneer dit een zelfstandige/ZZP'er is, dan krijgt die alle activa/bezittingen en passiva/schulden die bij de onderneming horen. Van een waardering van de onderneming (door een accountant) wordt afgezien, omdat de mensen zelf vaststellen dat zonder de arbeid van de man/vrouw de onderneming geen bestaansrecht heeft. Bovendien stelt de onderneming de man/vrouw soms in staat om een alimentatie te voldoen, die hoger is dan wanneer er een lening moet worden afgesloten om zogenaamde goodwill te gelde te kunnen maken.

Eenmanszaak

De eenmanszaak is een veel voorkomende rechtsvorm waarin een zelfstandige/ZZP'er zijn of haar onderneming drijft. De overdracht/verdeling van een eenmanszaak geschiedt door de levering van alle activa en passiva.

In theorie zou bij de levering van activa en passiva telkens moeten worden vastgesteld of het om:

  • onroerende zaken gaat (levering door tussenkomst notaris)
  • roerende zaken gaat (levering door verkrijging bezit)
  • crediteuren gaat (levering door schriftelijke toestemming crediteur)
  • debiteuren gaat (levering door schriftelijke mededeling debiteur)

In praktijk blijkt een adreswijziging voldoende te zijn. Er zijn geen onroerende zaken (zoals bedrijfspanden). De ondernemer heeft de roerende zaken (zoals de bedrijfsauto, de bedrijfscomputer en gereedschappen) reeds in zijn of haar bezit. Crediteuren die gewoon betaald worden merken niets van de echtscheiding. Debiteuren die gewoon betalen merken ook niets van de echtscheiding. Voor crediteuren en debiteuren geldt dat ze er als het ware uitlopen. Soms moeten contracten worden overgezet, maar vaak staan contracten reeds op naam van de eenmanszaak/ondernemer.

Bij een eenmanszaak loopt de winstbelasting via de inkomstenbelasting. Als de inkomstenbelasting bij is, dan verandert de echtscheiding niets aan de normale gang van zaken. Als de inkomstenbelasting achter loopt, dan kan de vraag rijzen hoe een eventuele grote bijbetaling of teruggave verdeeld moet worden. Gebruikelijk is dat bijbetalingen en teruggaven over perioden van voor de echtscheiding gedeeld worden en bijbetalingen/teruggaven over periode van na de echtscheiding toebedeeld worden aan de eenmanszaak/ondernemer.

Eigenlijk is bij een eenmanszaak de enige moeilijkheid een bedrijfskrediet. Een bank leent geld aan de eenmanszaak/ondernemer en verlangt daarbij dat de partner van de ondernemer zich ook hoofdelijk verbindt voor het bedrijfskrediet. Soms gaat de bank een stap verder, dan blijkt voor het bedrijfskrediet "ter meerdere zekerheid" een hypotheek gevestigd te zijn op de woning of blijkt dat de hypotheek voor het huis niet alleen strekt tot de financiering van de woning, maar ook tot de financiering van het bedrijf ("tot alles wat de bank uit welke hoofde ook te vorderen heeft").

Besloten vennootschap

De besloten vennootschap is ook een veel voorkomende rechtsvorm waarin een zelfstandige/ZZP'er zijn of haar onderneming drijft. De overdracht van een besloten vennootschap geschiedt door de levering van alle aandelen. Bedacht moet worden dat de ondernemer door de aandelen de "eigenaar" is van de besloten vennootschap en de besloten vennootschap op haar beurt weer de "eigenaar" van de activa en passiva van de onderneming is. De ondernemer is dus indirect en niet direct "eigenaar" van de activa en passiva.

De overdracht van aandelen geschiedt door de tussenkomst van een notaris. Wanneer de partner geen aandelen in de besloten vennootschap heeft, dan hoeven er ook geen aandelen te worden overgedragen. Wanneer de partner wel aandelen in de besloten vennootschap heeft, dan is het in veel gevallen zinvol om een notaris te raadplegen. De notaris is niet alleen nodig voor de overdracht van de aandelen, maar een notaris geeft vaak ook gevraagd en ongevraagd advies over eventuele fiscale gevolgen van de overdracht van de aandelen.

Bij een besloten vennootschap loopt de winstbelasting in eerste instantie via de vennootschapsbelasting/loonbelasting en in tweede instantie via de inkomstenbelasting. Als er geen aandelen worden overgedragen, geen bijzondere/buitengewone winsten worden gemaakt en ook geen bijzondere/buitengewone verliezen worden geleden, dan verandert de echtscheiding niets aan de normale gang van zaken.

Eigenlijk is ook bij een besloten vennootschap de enige moeilijkheid een bedrijfskrediet. Een bank leent geld aan de besloten vennootschap en verlangt daarbij dat de "directeur" zich borg stelt of zich hoofdelijk verbindt voor het bedrijfskrediet. Soms gaat de bank een stap verder, dan blijkt voor het bedrijfskrediet "ter meerdere zekerheid" een hypotheek gevestigd te zijn op de woning van de "directeur" of blijkt dat de hypotheek voor het huis niet alleen strekt tot de financiering van de woning, maar ook tot de financiering van het bedrijf ("tot alles wat de bank uit welke hoofde ook te vorderen heeft").

ECHTSCHEIDING EN OVERIG VERMOGEN

Voor veel echtparen geldt dat de woning hun grootste bezit is en de hypotheek hun grootste schuld. Na de woning en hypotheek komt er een hele tijd niets en dan komen zaken zoals: 1) inboedel en auto, 2) verzekeringen, 3) bankrekeningen, 4) schulden en 5) (inkomsten)belasting. Het is gebruikelijk om bij een echtscheiding ook deze zaken te verdelen.

Inboedel en auto

Het is niet noodzakelijk om voor een echtscheiding een lijst te maken van de verdeling van de inboedel. Het mag wel, maar het hoeft niet.

Sterker, in de meeste gevallen spreken mensen een regeling af over de wijze waarop de inboedel wordt verdeeld ingeval zich een geschil zou voordoen.

Deze regeling luidt dat er alleen een lijst wordt gemaakt van de inboedel die beide mensen graag willen hebben. Er wordt geloot. Wie heeft "gewonnen" mag als eerste kiezen. Het gaat dan beurtelings, maar wie heeft "verloren" mag op het laatst een keer extra kiezen.

Soms nemen mensen hun auto of auto's mee bij de verdeling van de inboedel, maar het is gebruikelijk om over de auto of auto's een aparte afspraak te maken.

Voor een aparte afspraak over de auto of auto's zijn twee redenen.

  1. Wie draagt de lasten van de auto (zoals motorrijtuigenbelasting, onderhoudsovereenkomsten en verzekeringsovereenkomsten)? Gewoonlijk is dat de echtgenoot die de auto toebedeeld wenst te hebben.
  2. Is aan de auto een financiering verbonden? Gewoonlijk gaat de financiering mee over op de echtgenoot die de auto krijgt toebedeeld.

Bij een auto met een financiering passen twee kanttekeningen, want soms is in de "kleine lettertjes" van de lening/schuld bedongen dat:

  • de auto eigendom van de financier blijft, totdat de lening/schuld volledig is terugbetaald (zogenaamd eigendomsvoorbehoud). Is de lening/schuld niet volledig terugbetaald, dan is de auto geen eigendom van het echtpaar, maar van de financier.
  • beide echtgenoten hoofdelijk verbonden zijn voor het geheel van de lening/schuld. Stopt de ene echtgenoot met betalen, dan kan de financier op de andere echtgenoot verhaal halen.

Verzekeringen

Er bestaat een onderscheid tussen:

  • risicoverzekeringen
  • sommenverzekeringen

Voorbeeld risicoverzekering

Een voorbeeld van een risicoverzekering is een brandverzekering. De premie is vaak laag. Echter, de verzekering keert alleen uit als het tot een voorval komt (onzekere gebeurtenis). Bij een brandverzekering komt het dus alleen tot een uitkering als er brand uitbreekt.

De gedachte achter de risicoverzekering is dat een klein risico over een grote groep wordt gespreid. Iedereen betaalt een lage premie en een enkeling krijgt een hoge uitkering.

Een risicoverzekering heeft vaak geen waarde die van belang is voor de verdeling van het vermogen bij echtscheiding, omdat er geen vermogen wordt opgebouwd.

Voorbeeld sommenverzekering

Een voorbeeld van een sommenverzekering is een kapitaalverzekering. De premie is vaak hoog. Echter, de verzekering keert altijd uit als een periode verstrijkt (zekere gebeurtenis). Bij een kapitaalverzekering komt het dus tot een uitkering wanneer de periode is verstreken.

De gedachte achter de verzekering is dat een vast bedrag wordt uitgekeerd. Gaat het economisch goed, dan maakt de verzekeraar met de inleg/premie winst. Gaat het economisch slecht, dan lijdt de verzekeraar op de inleg/premie verlies.

Een sommenverzekering heeft vaak een waarde die van belang is voor de verdeling van het vermogen bij echtscheiding, omdat er veel is ingelegd of veel premie is voldaan en deze inleg/premie is belegd.

Combinatie

Een combinatie van een risicoverzekering en een sommenverzekering komt voor. Gedacht kan worden aan de combinatie dat bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd EUR 10.000 wordt uitgekeerd en bij overlijden voor de pensioengerechtigde leeftijd EUR 20.000. De uitkering van EUR 10.000 is aan te merken als een kapitaalverzekering (het verstrijken van een periode/zekere gebeurtenis). De uitkering van EUR 20.000 is aan te merken als een risicoverzekering (voorval/onzekere gebeurtenis).

Bankrekeningen

Tegoeden op betaal- en spaarrekeningen worden gewoonlijk gelijk verdeeld. Gemeenschappelijke betaal- en spaarrekeningen worden na verdeling van het tegoed opgeheven dan wel aan een van de echtgenoten toebedeeld. Echtgenoten verlenen elkaar gewoonlijk een onherroepelijke volmacht tot het invullen en ondertekenen van de daartoe benodigde formulieren.

Schulden

Voorbeeld afspraak gelijk delen

  1. De schuld aan de [bank] voor een [doorlopend krediet/kwartaal krediet] wordt gelijk verdeeld. De schuld bedraagt circa EUR [0.000]. Ieder van partijen draagt zorg voor de helft van de rente en de helft van de aflossing.
  2. Partijen zijn er mee bekend dat een schuldeiser niet hoeft in te stemmen met de overeengekomen verdeling. Ingeval een schuldeiser niet instemt, dan blijven partijen hoofdelijk verbonden voor het geheel van de schuld.

Voorbeeld afspraak toebedelen

  1. De schuld aan de [bank] voor een [doorlopend krediet/kwartaal krediet] wordt toebedeeld aan de [man/vrouw]. De schuld bedraagt circa EUR [0.000]. Partijen spannen zich in om de [man/vrouw] zo mogelijk uit een eventuele hoofdelijke verbondenheid te ontslaan.
  2. Partijen zijn er mee bekend dat een schuldeiser niet hoeft in te stemmen met de overeengekomen verdeling. Ingeval een schuldeiser niet instemt, dan blijven partijen hoofdelijk verbonden voor het geheel van de schuld.

Belasting

Vorderingen en schulden die samenhangen met de (inkomsten)belasting worden gewoonlijk gelijk verdeeld tot de dag waarop een van de echtgenoten een andere woning betrekt waarvoor hij of zij lasten zoals huur of rente dient te voldoen. Vorderingen en schulden over tijdvakken nadien worden toebedeeld aan de echtgenot ten name van wie de vordering of schuld is gesteld.

DISCLAIMER

Geen rechten of weren

Deze website is bedoeld om een idee te geven hoe echtscheidingen verlopen, maar er wordt voor het overzicht niet ingegaan op de uitzondering(en) op de regel(s). Aan de informatie op deze website kunnen daarom geen rechten of weren worden ontleend.

Statistische gegevens

De statistische gegevens op deze website (over bijvoorbeeld de gemiddelde kinderalimentatie), zijn ontleend aan de advocatenpraktijk van Walter Römelingh van Haagrecht Advocaten. Dit is gedaan door het inventariseren van honderd recente echtscheidingen.

Neemt u contact op met mr. Walter Römelingh of mr. Christine Schouten

Divorce upon mutual request

Divorce upon mutual request is for people who wish to arrange for a divorce in relative harmony. It is necessary that both parties agree on issues concerning children, alimony and the division of assets.

Individuals with a low income can, in some cases, qualify for subsidized legal aid from the Dutch government. The lawyer will inform the client(s) about this possibility and, if applicable, request this for the client from the government body concerned (Raad voor Rechtsbijstand).

Divorce has its effect on many aspects of life. Children, visiting rights, parental authority, alimony for children and/or former spouse, pensions/retirement funds, housing and the division of the assets, as well as fiscal ramifications are some of these aspects.

The lawyer can provide detailed information about your situation and your rights.



Jan van Nassaustraat 55
2596 BP Den Haag

Telefoon 070-3141900
Telefax 070-3141901
advocaten@haagrecht.nl

Postadres
Postbus 85915
2508 CP Den Haag